Huurders wijken uit naar randgemeenten

Huurders wijken uit naar randgemeenten

Kans op huurwoning in Randstad steeds kleiner voor middeninkomens

Huurprijzen in de vrije sector zijn opnieuw hoger dan een jaar eerder. In het eerste kwartaal van 2017 betaalden huurders die een vrije sector huurwoning betrokken gemiddeld €14,70 per vierkante meter per maand. Door grote vraag naar de lager geprijsde kleine huurwoningen stijgt de prijs van kleine huurwoningen sterk. Ook wijken huurders uit naar goedkopere gebieden net buiten de stad waardoor de prijzen ook daar stijgen. Dat blijkt uit de Huurmonitor van Pararius.nl, het online platform voor huuraanbod in Nederland.
                  

Pararius onderzocht kale, gestoffeerde en gemeubileerd aangeboden huurwoningen die vrij kwamen voor nieuwe huurders.

Fikse huurprijsstijgingen in randgemeenten
De prijsstijgingen beperken zich inmiddels niet meer tot de grote steden. In steden waar de woningmarkt overkookt, vinden huurders steeds vaker hun weg naar gebieden buiten de stad. Daardoor schieten huurprijzen ook hier in snel tempo omhoog. In het eerste kwartaal van 2017 betaalden nieuwe huurders in Zaandam gemiddeld 24,6 procent meer dan een jaar eerder. Ook Haarlem (10,2%), Heemstede (14,1%), Hoofddorp (14,3%) en Almere (12,6%) worden gezien als uitwijkgebieden van Amsterdam. Naar verwachting komen de huurprijzen van omliggende steden dichterbij de huurprijzen van woningen in de grote stad te liggen. Jasper de Groot, directeur van Pararius.nl: “Amstelveen is een goed voorbeeld. Het afgelopen kwartaal stegen de huurprijzen met 3,2 procent ten opzichte van dezelfde periode van 2016. Inmiddels betalen huurders hier €18,56 per vierkante meter. In het eerste kwartaal van 2014 was dit nog €15,70. Dat is een totale stijging van 18,2 procent.”

Kleine woningen veruit het duurst per vierkante meter
Hoe groter het woonoppervlak van een huis, hoe hoger de maandelijkse huur. Naar verhouding ligt de vierkante meterprijs in de vrije huursector per maand voor grote huizen echter een stuk lager dan voor kleine huizen. Kleinere woningen zijn erg gewild in de vrije sector omdat de totale huurprijs per maand lager ligt dan voor de grotere oppervlakten. Door de grote vraag stijgt de prijs per vierkante meter per maand sterk, waarmee het segment van 50 m2 tot 75 m2 relatief een stuk duurder is dan andere segmenten.

In het eerste kwartaal van 2017 lag de gemiddelde vierkante meterprijs per maand voor het segment van 50 m2 tot 75 m2 op €18,73, wat een toename is van 13,9 procent ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar eerder. De laagste omgerekende huurprijs werd het afgelopen kwartaal betaald in het segment van 125 m2 tot 150 m2: gemiddeld €12,11 per vierkante meter per maand.

Wat opvalt is dat de segmenten van 100 m2 tot 125 m2 en meer dan 150 m2 op nagenoeg hetzelfde vierkante meterprijsniveau liggen per maand.

Prijsontwikkeling per woningtype
De landelijke prijsontwikkeling van het huuraanbod in de vrije sector kan per woningtype worden onderverdeeld. Hierbij valt op dat de gemiddelde huurprijs van vrijstaande woningen het afgelopen kwartaal het hardst is gestegen. Er werd gemiddeld €12,81 per vierkante meter per maand betaald voor een vrijstaande huurwoning, een stijging van 16,5 procent ten opzichte van een jaar eerder. Ook de gemiddelde huurprijs voor een appartement (€16,37) en eengezinswoning (€10,79) stegen aanzienlijk ten opzichte van een jaar eerder met respectievelijk 9,5 procent en 6 procent. Appartementen blijven veruit het duurste woningtype om te huren.

De verschillende woningtypen kunnen ook onderverdeeld worden in oplevervormen: gemeubileerd, gestoffeerd of kaal.[1] Hoe vollediger de woning is aangekleed, hoe hoger de gemiddelde huurprijs per vierkante meter is. In het eerste kwartaal van 2017 verhielden de gemiddelde huurprijzen van de verschillende oplevervormen en woningtypen zich als volgt:

De gemiddelde maandelijkse huurprijs per vierkante meter van een kale huurwoning steeg met 5,7% naar €9,84, van een gemeubileerde woning met 5,9% naar €17,57 en van een gestoffeerde woning met 11,6% naar €13,80 per m2. In het eerste kwartaal van 2017 waren huurders het duurst uit in een gemeubileerd appartement (€18,76 per m2) en was een kale eengezinswoning (€9,03 per m2) het goedkoopst per vierkante meter.

Huurprijzen van alle huurwoningen samen stegen het afgelopen kwartaal 9,9 procent ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder.

Huurprijsstijging van huurder in de vrije sector is lager dan die van sociale huurder?
Huurprijzen voor huidige bewoners stijgen minder snel. In 2016 stegen de huurprijzen voor bewoners van vrije sector woningen met 2,2 procent, terwijl de huur in de gereguleerde sociale sector met gemiddeld 2,4 procent toenam. Dat blijkt uit cijfers van de Vereniging van Institutionele Beleggers in Vastgoed, Nederland (IVBN). De leden verhuren gezamenlijk zo’n 85.000 huurwoningen in de vrije sector.

Huurprijsstijgingen van institutionele vastgoedbeleggers in de vrije sector zijn voor zittende huurders al enkele jaren op rij lager dan de prijsstijging in de gereguleerde sector. De huurprijsontwikkeling in de vrije sector blijkt overwegend de inflatie te volgen. Huurwoningen worden bij aanvang namelijk op markthuur verhuurd waarna de huur met de inflatie wordt verhoogd met een beperkte opslag om marktontwikkelingen te kunnen volgen.

Naar verwachting loopt het verschil in huurprijsstijging tussen gereguleerde sociale huur en de vrije huursector dit jaar uiteen. De sociale huren worden naast inflatie ook verhoogd met het huurstijgingspercentage dat is vastgesteld door de overheid. Met ingang van 1 januari 2017 is deze maximale huurstijging verruimd.[2] Verhuurders mogen de huur van een zelfstandige woonruimte ophogen naar inflatie + 2,5 procentpunt. De maximale huurstijging in de sociale sector komt hiermee op 2,8 procent. Heeft een huurder een inkomen boven €40.349, dan mag er bovendien een inkomensafhankelijke huurverhoging worden doorgevoerd. Huurders betalen in dit geval tot 4,3 procent meer.

De vraag naar middeldure huurwoningen wordt hierdoor groter. “Scheefwoners, ofwel huurders met een te hoog inkomen voor hun sociale huurwoning, gaan door de inkomensafhankelijke huurstijging ieder jaar aanzienlijk meer huur betalen. Daardoor wordt hun sociale huurwoning steeds minder aantrekkelijk. De vraag naar middeldure vrije sector huurwoningen neemt hierdoor toe”, verklaart De Groot.

Vraag en aanbod sluiten niet op elkaar aan
Er is een niet-aflatende, grote vraag naar middeldure huurwoningen. Dit zijn woningen met een huur tussen de €711 en €1000 per maand. Voor de middenklasse, die te veel verdient voor een sociale huurwoning en te weinig om een hypotheek af te sluiten, zit de woningmarkt echter op slot. “Starters op de arbeidsmarkt, ZZP’ers, mensen die niet willen of kunnen kopen; het zijn allemaal voorbeelden van mensen uit de grote groep Nederlanders die behoefte heeft aan een huurwoning in de middeldure prijscategorie”, illustreert De Groot. “Daarbij wordt verwacht dat de doelgroep voor betaalbare maar kwalitatieve vrije sector huurwoningen alleen maar zal groeien.”

De enorme behoefte aan middeldure vrije sector woningen is ook op Pararius.nl zichtbaar. Afgelopen kwartaal zocht maar liefst 42 procent van alle woningzoekenden op Pararius.nl in de prijsklasse €711 – €1000, terwijl het aanbod in die prijsklasse slechts 24 procent van het totale aanbod vormt. De vraag overstijgt het aanbod dus ruim in deze categorie, maar ook in andere prijsklassen wringen vraag en aanbod:

Enkel in de prijsklasse €1000 – €1500 zijn vraag en aanbod redelijk gelijk aan elkaar. Ten opzichte van vorig kwartaal is de vraag naar middeldure huurwoningen (€711-€1000) nagenoeg gelijk gebleven (-1%) net als de vraag naar dure huurwoningen (€1000-€1500) (-2%). Het aanbod in deze categorieën nam met 1% toe. Wat opvalt is dat de gemiddelde doorlooptijd van huurwoningen in alle prijsklassen is toegenomen, variërend van gemiddeld 1 dag tot 1 week. Huurwoningen stonden ten opzichte van vorig kwartaal dus iets langer online voordat ze (weer) verhuurd werden.

Huuraanbod vrije sector nagenoeg gelijk gebleven
Gedurende het afgelopen kwartaal werden er door makelaars 10.172 woningen aangemeld op Pararius.nl en 10.363 afgemeld, wat betekent dat het beschikbare aanbod huurwoningen met 191 licht is afgenomen.

Knellende Nederlandse woningvoorraad
Het huuraanbod in Nederland is niet toereikend om in de vraag te voorzien. Veel gemeenten hebben de voorraad sociale huurwoningen hoog op de agenda staan, terwijl ze enigszins terughoudend zijn over het creëren van aanbod in de vrije sector. Dit terwijl Nederland, met name de grote steden, naar verhouding veel sociale huurwoningen heeft, zeker in vergelijking tot andere Europese landen. In de Staat van de Woningmarkt 2016 zijn de volgende cijfers terug te vinden:[3]

Wanneer corporatiewoningen en particuliere huurwoningen bij elkaar worden opgeteld blijkt dat ongeveer 34 procent van de huurwoningen in Nederland sociale huur is en ongeveer 6 procent vrije sector huur. Voor sociale huurwoningen zijn veel bouwplannen de komende jaren, waar gemeenten grond beschikbaar voor stellen. Koepelorganisatie van woningcorporaties Aedes heeft bekend gemaakt dat zij vanaf 2018 34.000 sociale huurwoningen per jaar bij zullen bouwen.[4] “Dit zijn geweldige plannen om de lagere inkomens van een betaalbare woning te voorzien en de wachtlijsten voor sociale huurwoningen te verkleinen. Toch is de grote groep Nederlanders die niet in aanmerking komt voor een sociale huurwoning met deze plannen niet geholpen. Nu ook het aanbod betaalbare koopwoningen in Nederland daalt, komen de middeninkomens steeds verder in de knel”, aldus De Groot. In de woonagenda 2017-2021 van Aedes is over middeldure huurwoningen te lezen: ‘Corporaties staan voor leefbare en gemengde wijken en buurten. Ze bouwen extra middeldure huurwoningen voor mensen die tussen wal en schip vallen, in gebieden waar hieraan behoefte is en waar marktpartijen niet investeren.’[5] Het creëren van middeldure huurwoningen staat dus wel op de agenda bij woningcorporaties, maar niet zo hoog als sociale huur en ook niet met concrete voornemens.


[6] Bron: WBO 2002; WoON 2006-2015; bewerking PBL

Meer huurwoningen nodig om tekort te bestrijden?
Om de druk op de woningmarkt te verlichten is het noodzakelijk om op korte termijn flink veel nieuwe huurwoningen in de vrije sector te realiseren. De Groot: “Gemeenten, investeerders en woningcorporaties moeten hierin allemaal een rol spelen. De overheid dient letterlijk en figuurlijk ruimte voor bouw van vrije sector woningen te creëren. Daarvoor zijn grote investeringen nodig.” Die investeringen liggen binnen handbereik. De Nederlandse vastgoedmarkt wordt namelijk steeds meer gezien als rendabele investeringsmogelijkheid, zowel door binnenlandse als buitenlandse beleggers. Er begeven zich meer particuliere investeerders op de vastgoedmarkt, die in 2016 al 6 procent van het totaalaantal verkochte woningen voor hun rekening namen.[7] In het eerste kwartaal van 2017 stegen de investeringen in woningen wederom aanzienlijk.[8]

Naast de private investeerders die de aangekochte woningen in de vrije sector verhuren, zullen institutionele beleggers dit jaar 10.000 nieuwe huurwoningen opleveren. Maar dit is nog niet voldoende om de grote vraag aan te kunnen. Volgens institutionele beleggers zouden er vóór 2040 500.000 middeldure huurwoningen aan de Nederlandse woningvoorraad toegevoegd moeten worden.[9] Dit kunnen zowel nieuwbouw- als herbestemmingsprojecten zijn. In de Randstad is men al bezig het woningtekort te bestrijden door bestaande gebouwen, zoals oude kantoorpanden, om te bouwen tot wooncomplexen. Om zo efficiënt mogelijk met ruimte om te springen, vinden creatieve ideeën het levenslicht. Zo worden er in grote steden zogenaamde micro-appartementen ontwikkeld, zoals project Change in Amsterdam.[10] Voormalig minister Stef Blok voor Wonen en Rijksdienst wil dat deze micro-appartementen in de vrije sector verhuurd kunnen worden, maar gemeenten zijn het hier niet altijd mee eens. Zij kunnen een maximale huurprijs vastleggen voor dergelijke projecten, zodat ze onder de sociale huurgrens vallen. De Groot: “Om in de oververhitte gebieden, zoals Amsterdam, Utrecht, Rotterdam en Groningen het tekort aan betaalbare vrije sector huurwoningen écht aan te kunnen pakken, zullen gemeenten samen moeten werken met beleggers. Hun investeringsmogelijkheden kunnen op relatief korte termijn meer woonruimte creëren. Steden als Amsterdam en Rotterdam worstelen met de verhouding tussen sociale huur en vrije sector huur. De angst voor liberalisatie van bestaande of nog te bouwen huurwoningen vergroot het tekort in de vrije sector.”

Bij veel gemeenten ontbreken beleid en strategie voor het thema middeldure huur volledig. Toch komen er in sommige steden voorzichtig wat samenwerkingen van de grond. Een interessant voorbeeld is in Amsterdam te vinden. Daar is de gemeente een project gestart met beleggers en ontwikkelaars.[11] In ruil voor korting op de bouwgrond wordt via een erfpachtconstructie vastgelegd dat de huur 25 jaar lang gematigd zal stijgen. Ook woningcorporaties dragen op bescheiden manier bij aan de voorraad middeldure huurwoningen door jaarlijks een aantal huizen uit de sociale sector te liberaliseren. Ook in gemeenten als Utrecht en Den Bosch wordt aan dergelijke initiatieven gewerkt.[12]

Een andere belangrijke factor in het aanpakken van het tekort op de woningmarkt is de snelheid waarmee woningen bijgebouwd kunnen worden. Op dat gebied valt er door gemeenten veel te verbeteren; nu wordt de snelheid waarmee bouwprojecten gerealiseerd worden geremd doordat gemeenten te weinig capaciteit hebben om bouwvergunningen te behandelen.[13] In een recent rapport van het Economisch Bureau van de ING wordt dit probleem ook aangekaart. Volgens ING neemt de nieuwbouw toe, maar hebben gemeenten te weinig capaciteit om alle plannen vlot te beoordelen. Hierdoor moeten veel projecten lang wachten op een vergunning. Het aanpakken van het tekort op de woningmarkt wordt zo vertraagd.

Grote regionale verschillen
Net als op de koopmarkt bestaan er ook op de huurwoningmarkt grote regionale verschillen. Wie een woning zoekt in de randstad (Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht) betaalt gemiddeld de hoogste huur. Noord-Holland is verreweg het duurst: nieuwe huurders betaalden in het eerste kwartaal van 2017 gemiddeld €19,88 per vierkante meter. Dat is een stijging van 3,5 procent ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. Ook in Utrecht zijn de prijzen fors gestegen. Daar betaalden nieuwe huurders het afgelopen kwartaal €14,07 per m2, wat neerkomt op 7,69 procent meer dan het jaar ervoor.

Ook de provincie Groningen valt op. Nieuwe huurders betaalden in het eerste kwartaal van 2017 €12,99 per vierkante meter. Dat is 19,1 procent meer dan in dezelfde periode een jaar eerder. Ten opzichte van het laatste kwartaal van 2016 stegen de huurprijzen 3,3 procent. Groningen komt hiermee steeds meer in de buurt van de Randstadprovincies. In de rest van Nederland stijgen de prijzen over het algemeen een stuk minder hard.

De Randstad kent ruime verschillen in de gemiddelde vierkante meterprijs per opleveringsniveau. Zo zijn kale huurwoningen in de Randstad verreweg het voordeligst om te huren. Het duurst is men uit voor een gemeubileerde woning.


Duurste steden
De hoge gemiddelde huurprijzen in de Randstadprovincies kunnen verklaard worden door de hoge huurprijzen in de grote steden. In Utrecht (stad) betaalde een nieuwe huurder gemiddeld 3,9 procent meer voor een woning dan een jaar eerder, waarmee de prijs uitkomt op €15,85 per vierkante meter. Dat is €1,78 per vierkante meter meer dan het provinciale gemiddelde.

In Rotterdam betaalden nieuwe huurders iets minder (€14,26 per m2), maar stegen de prijzen harder. Het afgelopen kwartaal waren de huurprijzen 3,9 procent hoger dan het vierde kwartaal van 2016, en 4,4 procent hoger dan het eerste kwartaal van 2016. In Den Haag bleven de prijzen het afgelopen kwartaal dan weer nagenoeg gelijk (+ 0.07%) ten opzichte van het laatste kwartaal van vorig jaar, terwijl de huurprijzen gemiddeld gezien relatief hoog zijn. Nieuwe huurders betalen €14,56 per vierkante meter per maand. Dat is ten opzichte van het eerste kwartaal van 2016 wel 1,8 procent meer. Ook in Zuid-Holland trekken grote steden de kar: In Den Haag, Rotterdam, Delft en Leiden betalen huurders tussen de €0,40 en €1,66 per m2 per maand meer dan het provinciale gemiddelde.


Bevolkingsgroei in grote steden zorgt voor meer vraag naar huurwoningen
Vooral in de grote steden nam de bevolking, en daarmee de vraag naar woningen, het afgelopen jaar sterk toe. In Amsterdam kwamen er per duizend inwoners gemiddeld achttien mensen bij, drie keer zoveel als het landelijk gemiddelde[14]. In Rotterdam steeg het inwonertal met dertien mensen per duizend inwoners, in Utrecht waren dit er twaalf. In Den Haag kwamen er per duizend inwoners negen mensen bij. Naast dat er meer baby’s worden geboren dan er mensen overlijden, trekken er ook veel mensen uit kleinere gemeenten naar de grote stad. De komende jaren zal het aantal inwoners in de grote steden snel verder toenemen[15]. Naar verwachting groeien de vier grootste steden de komende tien jaar wederom het snelst, met Utrecht (+21%) en Amsterdam (+18%) als koplopers. Rotterdam (+10%) en Den Haag (+13%).

Ook in Groningen is de enorme bevolkingsgroei van de stad een belangrijke reden van de stijgende huurprijzen. Waar vrijwel alle kleinere gemeenten in Drenthe en Noordoost-Groningen krimpen, is de stad Groningen snelgroeiend. De stad telt ruim 200.000 inwoners.

Meer vraag naar huurwoningen door groei van aantal eenpersoonshuishoudens
De groei van het aantal huishoudens (en de afname van de gemiddelde huishoudgrootte) zorgt eveneens voor een toenemende vraag naar woningen. Met name het aantal eenpersoonshuishoudens stijgt. Het aantal eenpersoonshuishoudens nam in 2015 twee keer sneller toe dan het aantal meerpersoonshuishoudens[16]. Sinds 2000 is de toename van eenpersoonshuishoudens zelfs 27,9 procent, terwijl meerpersoonshuishoudens slechts met 6,3% groeiden. Het aantal huishoudens van slechts één persoon stijgt met name door een toename van het aantal echtscheidingen, alleenstaande bejaarden en zelfstandig wonende jongeren. De grootste plussen worden genoteerd in de Randstad, met name in Noord- en Zuid-Holland.

De Groot verwacht echter dat huurprijsstijgingen in grote steden niet eindeloos doorzetten. “Huurprijzen bereiken na een sterke stijging vaak een plafond. Dat zien we nu in Amsterdam: de prijzen schoten de afgelopen jaren gigantisch omhoog, maar daar kwam vorig jaar een einde aan. In het afgelopen jaar daalde de gemiddelde huurprijzen zelfs licht met 1,5 procent.” Dit is volgens De Groot een voorbode voor andere steden: “Amsterdam is op de woningmarkt vaak leidend. De crisis is een goed voorbeeld: Amsterdam kwam als eerste uit de crisis, andere steden volgden daarna snel.”

Amsterdam nog steeds verreweg de duurste stad van Nederland
In vergelijking met de rest van Nederland, betalen huurders in onze hoofdstad nog steeds de hoogste prijs voor een huurwoning. Wie een vrije sector woning huurt in Amsterdam, betaalde het afgelopen kwartaal al snel een gemiddelde vierkante meterprijs van €22. In vergelijking met de provincie Noord-Holland is dat €2,12 per vierkante meter meer. Kijken we naar het landelijk gemiddelde (€14,70 per m2) dan betaalden Amsterdammers in het eerste kwartaal van 2017 €7,30 per vierkante meter meer. Dat is minder dan een jaar geleden: in het eerste kwartaal van 2016 lag de vierkante meterprijs voor een huurhuis in Amsterdam bijna €9,00 hoger dan het landelijk gemiddelde. Doordat de huurprijzen in Amsterdam stabiliseren en in de rest van Nederland blijven stijgen, wordt de huurprijskloof naar verwachting de steeds kleiner.


Kleinere woningen in Amsterdam duurder dan ooit
Voor kleinere vrije sector woningen, tussen de 50 m2 en 75 m2, liggen de gemiddelde huurprijzen nog hoger. Een woning van 75 vierkante meter of kleiner kost gemiddeld €26,48 per vierkante meter per maand. Dat is duurder dan ooit: in vergelijking met hetzelfde kwartaal een jaar eerder, betaalden nieuwe huurders 4,7 procent meer. Ten opzichte van het laatste kwartaal in 2016 betaalden nieuwe huurders 1,4 procent meer. “Een kleinere woning kent normaliter ook een lagere huurprijs. In Amsterdam is de vraag naar kleine appartementen echter het grootst. Dat drijft ook de huurprijzen enorm op”, legt de Groot uit. Nieuwe huurders zijn per vierkante meter in Amsterdam het voordeligst uit met een woning tussen de 125 m2 tot 150 m2. De gemiddelde huurprijs hiervan is €19,78.


Ook tussen opleveringsvormen bestaan grote verschillen in huurprijs. Woningen die gestoffeerd of gemeubileerd worden opgeleverd zijn in Amsterdam erg gewild. “De vraag naar gemeubileerde woningen is in Amsterdam het hoogst. Dat komt met name door expats die een woning voor een relatief korte tijd betrekken. Bij een kale huurwoning moeten huurders rekenen op extra kosten voor het bewoonbaar maken van de woning. Dat is voor huurders die kort blijven niet rendabel.”

Ook in randgemeenten stijgen huurprijzen snel
Doordat de woningmarkt in grote steden steeds verder overspannen raakt, wijken huurders met een iets kleinere portemonnee uit naar gebieden net buiten de stad. Nu de prijzen in Amsterdam op een hoogtepunt zijn, trekken huurders bijvoorbeeld naar Zaandam. Hierdoor schieten ook daar de huurprijzen omhoog. In het eerste kwartaal van 2017 betaalden nieuwe huurders in Zaandam gemiddeld 24,6 procent meer dan een jaar eerder. Ook de huurprijzen in Heemstede (14,1%), Hoofddorp (14,3%) en Almere (12,6%) stijgen. Naar verwachting komen de huurprijzen van omliggende steden steeds dichterbij de huurprijzen van woningen in de grote stad te liggen. Amstelveen is hiervan een goed voorbeeld: het afgelopen kwartaal stegen de huurprijzen met 3,2 procent ten opzichte van dezelfde periode van 2016. Inmiddels betalen huurders hier €18,56 per vierkante meter. In het eerste kwartaal van 2014 was dit nog €15,70. Dat is een totale stijging van 18,2 procent.

In de gemeentes naast Rotterdam en Utrecht is de tendens van een duurder wordende periferie ook zichtbaar. In Schiedam werden vrije sector huurwoningen in het eerste kwartaal van dit jaar voor gemiddeld 18,2 procent meer verhuurd dan vorig jaar. In Zeist, naast Utrecht, is de prijsstijging 10,7 procent.

Landelijke aanpak??
Met de formatiegesprekken in volle gang valt er nog weinig te zeggen over de koers die de toekomstige regering gaat varen op het gebied van woonbeleid. Er zijn verschillende geluiden te horen over wat het nieuwe kabinet, naast het stimuleren van woningbouw, kan doen om de problemen op de Nederlandse woningmarkt aan te pakken. Volgens hoogleraar Woningmarkt Peter Boelhouwer zal het probleem in het middensegment alleen maar verergeren als de politiek niet ingrijpt.[17] Hij stelt voor dat de regulatiegrens voor sociale huur verhoogd wordt naar een huur van €1000 per maand, zodat de prijzen van middeldure huur onder controle gehouden kunnen worden. Zo komen middeninkomens weer in aanmerking voor sociale huur. De Groot: “Een landelijke aanpak voor de woningmarkt blijft een uitdaging. Zoals blijkt uit de Huurmonitor zijn er grote regionale verschillen en die regio’s vragen om een specifieke aanpak.”

EINDE BERICHT

Voetnoot
[1] Opleveringsvormen – Het verschil tussen kale, gestoffeerde en gemeubileerde woonruimte is als volgt:
Kaal: onbedekte vloer en kale wanden, keuken en badkamer zijn af. Gestoffeerd: tevens vloerbedekking, verlichting en verduistering. Gemeubileerd: tevens meubels en inventaris waaronder o.a. keukengerei en linnengoed aanwezig.

[2] VBO Makelaar, Huurbeleid 2017

[3] Rijksoverheid, ‘Staat van de Woningmarkt 2016’, oktober 2016.

[4] NOS, ‘Woningcorporaties beloven twee keer zoveel sociale huurwoningen’, 20 april 2017.

[5] Aedes, ‘Woonagenda 2017-2021’, april 2017.

[6] Planbureau voor de Leefomgeving, ‘Perspectieven voor het middensegment van de woningmarkt’, januari 2017.

[7] Financieel Dagblad, ‘Particuliere beleggers concurreren starter weg’, 13 april 2017.

[8] Centraal Bureau voor de Statistiek, ‘Lagere groei investeringen in februari’, 20 april 2017.

[9] Cobouw, ‘Beleggers: 500.000 nieuwe huurwoningen nodig’, 11 april 2017.

[10] NOS, ‘Micro-appartementen, voor starter die geen huis kan vinden’, 1 april 2017.

[11] Het Parool, ‘Corporaties en ontwikkelaars bouwen samen voor middenhuur’, 20 februari 2017.

[12] Stec Groep, ‘5 redenen waarom 2017 het jaar wordt van de middeldure huur’, 9 januari 2017.

[13] Binnenlands Bestuur, ‘Trage uitgifte vergunningen remt woningbouw’, 21 april 2017.

[14] Centraal Bureau voor de Statistiek, ‘2016: grote steden groeien door geboorte en immigratie, 3 januari 2017

[15] Centraal Bureau voor de Statistiek, ‘Regionale bevolkings- en huishoudensprognose 2016-2040, 29 september 2016

[16] Centraal Bureau voor de Statistiek, ‘Regionale bevolkings- en huishoudensprognose 2016-2040, 29 september 2016

[17] NOS, ‘Nieuw kabinet moet ingrijpen in vrije huursector’, 14 april 2017.

Tags: