4 hoofdzondes bij het benaderen van de pers

4 hoofdzondes bij het benaderen van de pers

Een regelmatig voorkomende uitglijder op pr-gebied is het verkeerd benaderen van de pers. Sprout-pr-expert Leonne van de Ven zet de 4 hoofdzondes op een rij, en helpt je aan een correct aanvalsplan.

1. Niet accuraat zijn

Een journalist voor de zoveelste keer bellen, maar nog steeds de naam van het medium waar deze persoon werkt, verkeerd uitspreken… dat is not done. Hetzelfde geldt voor het verkeerd spellen van persoonsnamen, of een medium verwarren met zijn directe concurrent. Klinkt logisch, maar toch komen deze dingen vaak voor. Een bevriende redacteur vertelde ooit dat hij alle e-mails met dit soort fouten subiet weggooit. De onderliggende boodschap: als jij onverschillig bent, ben ik dat ook.

Tips:

Als je de gegevens van degene die je wilt benaderen eenmaal hebt, dubbelcheck dan de spelling van journalist en van de titel (dit soort informatie is meestal makkelijk vindbaar via website, colofon of LinkedIn).

Heb je een algemeen bestand van waaruit je persberichten mailt, werk dit dan eens in de zoveel tijd goed bij: werken de ‘ontvangers’ nog op dezelfde plek? Zijn mailadressen of aanspreekpunten gewijzigd?

Heel logisch maar ook héél belangrijk: loop voor het versturen van persberichten en e-mails deze altijd door op grammaticale schoonheidsfoutjes.


2. Opdringerig gedrag vertonen

Met enthousiasme relevante media benaderen is beter dan op automatische piloot een riedeltje afdraaien. Hijgerigheid is echter een ander verhaal. Oké je hebt een gaaf nieuwtje over een product, dienst of persoon dat je graag wilt ‘pluggen’. Maar overlaad journalisten niet met loze superlatieven.

Schermafbeelding 2015-12-10 om 11.41.30

En blijf niet volhouden dat hetgeen jij te bieden hebt wél bij een medium past als de ontvangende partij daar anders over denkt. Krijg je een ‘nee’ te horen incasseer die dan met charme en ga nooit over tot stalkgedrag (zie hieronder).

Tips:

Push niet. Als iemand aangeeft over jouw boodschap na te willen denken, gun hem of haar dan die tijd.

Ga in het gesprek uit van de behoefte van de journalist aan bepaalde content. Dus wel: ‘Ik zie dat je vaker over dit soort onderwerpen schrijft’. En niet: ‘Ik wil je graag wat vertellen over mijn product.’

Stalkgedrag – collega’s of hoofdredacteuren benaderen nadat je van een ander al een ‘nee’ te horen hebt gekregen – is een absolute no go.

Hoe nieuwswaardig hetgene ook is dat je te melden hebt, het kan op dat moment nét niet passen bij een medium dat je benadert. Accepteer dat en doe niet betweterig (‘ja, maar dit pas echt wél in jullie rubriek zus en zo deze maand’). Uiteindelijk maakt een journalist zijn eigen afweging.

 Schermafbeelding 2015-12-10 om 11.41.23

3. Geen doelgroep bepalen

Weten wie je doelgroep is, is cruciaal. Benader je een té breed scala aan media, dan is dat zonde van jouw tijd en van die van anderen. Bovendien geeft het je een aura van onwetendheid.

Tips:

Bepaal je doelgroep van tevoren. Liever een kleine groep benaderen dan een grote groep die weinig met je boodschap kan.

Zorg voor voorkennis: zoek uit wat het DNA is van het medium dat je benadert en waarom dit een goede ‘fit’ is. Zo voorkom je irritatie bij de andere partij. Een financieel redacteur die structureel jouw persberichten over nieuwe beautyproducten in zijn inbox aantreft, zal je niet hoog inschatten. En opent de volgende e-mails van jouw hand niet meer.

Lees je goed in over je éigen onderwerp. Het laatste wat je wilt is geen kennis van zaken hebben wanneer een journalist interesse toont en doorvraagt.


4. Onhandige timing

Schermafbeelding 2015-12-10 om 11.41.14

Zoals bij veel zaken geldt ook bij persbenadering: timing is alles. In het huidige klimaat waarin redacties steeds kleiner worden – en dus de werkdruk hoger – kan een telefoontje of bezoek gewoon niet uitkomen in het drukke schema dat een journalist heeft.

Tips:

Plan je een redactiebezoek? Spontaniteit is leuk, maar check toch bij de redacties die je wil opzoeken wat hun deadlines zijn. Niemand zit op jouw verhandeling te wachten als ze tegelijkertijd met zwetende oksels tegen een deadline aantikken.

Schrijf van tevoren enkele kernboodschappen uit je persbericht op. Als een journalist telefonisch aangeeft kort in zijn tijd te zitten, houd je het short and sweet.

Misschien heeft een journalist ook geen tijd voor een kort gesprek. In dat geval volstaat een (positief in het oog springend!) mailtje.